Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3996705/CV EXPL 15-2884)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met twee producties;
- de memorie van antwoord met vijf producties;
- het pleidooi op 21 september 2017, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de door de gemeente ten behoeve van het pleidooi toegezonden producties 1 tot en met 3, die namens de gemeente bij het pleidooi bij akte in het geding zijn gebracht;
- de brief van mr. Van den Berg d.d. 6 september 2017 met daarbij de ten behoeve van het pleidooi toegezonden producties 6 tot en met 8, die namens [geïntimeerde] bij het pleidooi bij akte in het geding zijn gebracht.
3.De beoordeling
- primair te bepalen dat [geïntimeerde] de huurovereenkomst tussen moeder en de gemeente met betrekking tot de standplaats en het parkeerterrein voortzet;
- subsidiair te bepalen dat de gemeente door het aangaan van een huurovereenkomst dan wel, meer subsidiair, op andere gepaste wijze [geïntimeerde] in staat moet stellen te blijven wonen in de woonwagen en gebruik te blijven maken van de standplaats en het parkeerterrein en de gemeente te veroordelen om de huurovereenkomst aan te gaan onder dezelfde voorwaarden als die golden op grond van de huurovereenkomst tussen de gemeente en moeder;
- nog meer subsidiair te bepalen dat de gemeente door het aangaan van een huurovereenkomst met betrekking tot een andere standplaats in de gemeente Oss met [geïntimeerde] dan wel, meest subsidiair, [geïntimeerde] op andere gepaste wijze toestaat en in staat moet stellen te blijven wonen in de woonwagen en gebruik te (blijven) maken van een standplaats in de gemeente Oss en de gemeente te veroordelen om de huurovereenkomst aan te gaan onder dezelfde voorwaarden als die golden op grond van de huurovereenkomst tussen de gemeente en moeder,