Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Uitspraak op het hoger beroep van
belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- [bedrijf 5] B.V. (voorheen: [bedrijf 4] B.V.);
- [bedrijf 6] B.V.;
- [bedrijf 7] B.V.; en
- [bedrijf 8] B.V.; en
- [bedrijf 9] N.V..
0,25% per jaar. Voor de berekening van de creditrente wordt het aantal dagen van een kalendermaand en dat van een kalenderjaar gesteld op het juiste aantal dagen. De rente wordt per afrekenperiode achteraf berekend en na de afrekenperiode bijgeschreven op de renterekening. De afrekenperiode bij de creditrente is kwartaal. (…) 8. Op alle in deze overeenkomst vermelde rekeningen zijn ter vervanging van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden voor rekening-courant –ook na beëindiging van deze overeenkomst- de Algemene voorwaarden voor rekening-courant van de Rabobank 2006 van toepassing. (…) De rekeninghouder verklaart deze algemene voorwaarden te hebben ontvangen en daarvan te hebben kennisgenomen en de rechten en verplichtingen daaruit voortvloeiende te aanvaarden.
Rentecompensatie1. De berekening van de debet- en/of creditrente over de debet- of creditsaldi op de rekeningen van ieder van de hiervoor bedoelde rekeningen – met uitzondering van vreemde valutarekeningen – vindt vooreerst plaats met inachtneming van de met de rekeninghouders voor de desbetreffende rekeningen overeengekomen rentepercentages. 2. De berekening van de rente vindt vervolgens op de door de bank vast te stellen tijdstippen plaats op basis van het gecombineerde saldo van de saldi op de rekeningen. 3. Een voor de rekeninghouders voordelige verschil na verrekening van de renten berekend op de hiervoor bedoelde wijze wordt bijgeschreven op een door de rekeninghouders aangewezen rekening.
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
Ten aanzien van het geschil
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep gegrond,
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank,
- vernietigtde uitspraken van de Inspecteur,
- vermindertde aanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van nihil,
- vermindertde beschikking heffingsrente dienovereenkomstig,
- stelthet verlies
vastop een bedrag van € 62.092, - veroordeeltde Staat (de Minister van Veiligheid en Justitie) tot vergoeding van immateriële schade, vastgesteld op € 500;
- gelastdat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, € 825 vergoedt, en
- veroordeeltde Inspecteur in de kosten van het beding bij de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op, in totaal, € 1.113,75.