Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat geen sprake was van een arbeidsovereenkomst met [B], en dat de naheffingsaanslag en boetes onterecht waren opgelegd. Het hof toetste of de rechtsverhouding voldeed aan de criteria van een arbeidsovereenkomst volgens artikel 7:610 BW Pro, waaronder persoonlijke arbeid, gezagsverhouding en loonbetaling.
Het hof concludeerde dat de werkzaamheden van [B] meer waren dan een vriendendienst, dat hij persoonlijk moest werken, en dat hij een vergoeding ontving die niet alleen reiskosten betrof. Ook was sprake van aanwijzingsbevoegdheid van belanghebbende. Daarmee was voldaan aan de criteria voor een arbeidsovereenkomst en was belanghebbende terecht inhoudingsplichtige.
De stelling dat illegale activiteiten de arbeidsovereenkomst nietig maken, verwierp het hof op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad. De rechtbank had de boetes gematigd wegens grove schuld en redelijke termijnoverschrijding; het hof bevestigde deze oordelen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Vergoeding van griffierecht en proceskosten werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag en boetes wegens de arbeidsovereenkomst tussen belanghebbende en [B].