ECLI:NL:HR:2002:AE4473
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbelastingheffing bij illegale arbeidsovereenkomst in coffeeshop
Belanghebbende exploiteerde vanaf juni 1994 een coffeeshop te Q, waar hij medewerkers in dienst had met arbeidsovereenkomsten die voldeden aan de materiële voorwaarden van een dienstbetrekking. Hoewel de gemeente de coffeeshop niet gedoogde, gold sinds oktober 1994 een landelijk gedoogbeleid voor softdrugs.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen op over 1994, welke na bezwaar en beroep bij het Hof gedeeltelijk werd verminderd. Het Hof oordeelde dat de formele wettigheid van de arbeidsovereenkomst niet doorslaggevend is, maar het karakter van de arbeidsverhouding centraal staat bij loonbelastingheffing.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de arbeidsovereenkomsten nietig zijn wegens strijd met de openbare orde en goede zeden, omdat de werkzaamheden illegaal waren. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat bij nageleefde arbeidsovereenkomsten de fiscale gevolgen, zoals loonbelastingheffing, ook gelden ondanks illegale inhoud.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het oordeel van het Hof dat belanghebbendes medewerkers als werknemers in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 moeten worden beschouwd. Proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat loonbelasting verschuldigd is over arbeid in een illegale coffeeshop indien materiële dienstbetrekking aanwezig is.