Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 2432699 / 411, rolnummer 13-9651)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met twee producties;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3.De beoordeling
- factuur d.d. 1 februari 2013 (periode februari 2013) ter hoogte van € 283,14;
- factuur d.d. 1 maart 2013 (periode maart 2013) ter hoogte van € 283,14;
- factuur d.d. 1 april 2013 (periode april 2013) ter hoogte van € 283,14.
primair: een verklaring voor recht dat de overeenkomst buitengerechtelijk is vernietigd althans is ontbonden, dan wel vernietiging althans ontbinding van de overeenkomst, met veroordeling van Proximedia tot terugbetaling van de bedragen die [geïntimeerde] aan Proximedia heeft betaald, zijnde € 373,14, te vermeerderen met wettelijke rente;
subsidiair: een verklaring voor recht dat Proximedia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [geïntimeerde] , en veroordeling van Proximedia tot betaling van schadevergoeding aan [geïntimeerde] ter grootte van de door [geïntimeerde] aan Proximedia betaalde bedragen;
meer subsidiair: vernietiging van artikel 10 van Pro de overeenkomst, althans matiging van de verbrekingsvergoeding;
grief I in incidenteel hoger beroep: is het boetebeding onredelijk bezwarend en/of is een beroep op het beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
grief I in incidenteel hoger beroep: moet de boete verder gematigd worden dan door de kantonrechter is gedaan?
grief I in principaal hoger beroep: moet de boete minder ver gematigd worden dan door de kantonrechter is gedaan?