Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond; en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een NSW-landgoed voor het belastingjaar 2014, waarbij een eerder fiscaal compromis uit 2009 werd aangevoerd als basis voor een lagere instandhoudingsfactor. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het hof.
Het hof oordeelde dat het fiscaal compromis uit 2009 slechts betrekking had op de jaren 2008 en 2009 en niet bindend was voor latere jaren, mede gelet op de wettelijke bepalingen die vereisen dat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele feiten en omstandigheden. De instandhoudingsfactor werd door de heffingsambtenaar terecht verhoogd naar 0,92, omdat belanghebbende geen inzage gaf in de onderhoudstoestand van de woning en geen inpandige opname toestond.
Verder wees het hof erop dat de gehanteerde berekeningsmethode van de waardedruk niet in overeenstemming was met jurisprudentie van de Hoge Raad, maar dat dit niet leidde tot een te hoge waardering. De herziene Taxatiewijzer NSW-landgoederen was niet van toepassing op de waardepeildatum. Het hof verwierp ook het beroep op een extra waardedruk vanwege het NSW-landgoed omdat het landgoed niet openbaar toegankelijk was.
De conclusie was dat het hoger beroep ongegrond is en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend en het betaalde griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €462.000 wordt bevestigd met een instandhoudingsfactor van 0,92.