Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthoger beroep ongegrond, en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van BPM van €14.506 wegens uitvoer van een auto naar Duitsland. De auto was eerder ingevoerd met toepassing van de verhuisboedelvrijstelling BPM. De Inspecteur had deze vrijstelling verleend op basis van door belanghebbende verstrekte informatie dat de auto minimaal zes maanden in het buitenland was gebruikt en dat belanghebbende ruim 12 maanden in het buitenland had gewoond.
Belanghebbende stelde dat de Inspecteur de vrijstelling ten onrechte had verleend, omdat de auto bij invoer slechts 354 kilometer had gereden en daarmee als nieuw moest worden beschouwd, waardoor BPM geheven had moeten worden. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur mocht vertrouwen op de verstrekte informatie en niet gehouden was tot nader onderzoek. Ook was niet gebleken van een kunstmatige constructie om BPM te ontgaan.
Het Hof bevestigde dat de vrijstelling terecht was verleend en dat belanghebbende geen recht had op teruggaaf van BPM. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd; geen recht op teruggaaf BPM.