ECLI:NL:GHSHE:2016:5227

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 november 2016
Publicatiedatum
22 november 2016
Zaaknummer
200.200.077/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep arbeidsrechtelijke aansprakelijkheid wegens maligne mesothelioom

In deze arbeidsrechtelijke zaak spreekt een werknemer, bij wie maligne mesothelioom is vastgesteld, zijn voormalige werkgever aan op grond van artikel 7:658 van Pro het Burgerlijk Wetboek, dat betrekking heeft op de zorgplicht van de werkgever.

In eerste aanleg heeft reeds bewijslevering plaatsgevonden. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch ziet aanleiding om getuigen nader te horen en gelast een meervoudige comparitie van partijen. Deze comparitie heeft als doel het beproeven van een minnelijke regeling of doorverwijzing naar mediation, alsmede het uitwisselen van informatie en het geven van eventuele instructies met betrekking tot de zaak.

De comparitie is gepland op 12 januari 2017 en zal ongeveer anderhalf uur duren. Tijdens deze zitting zal niet worden gepleit in de zin van juridisch beargumenteren met pleitnotities. Het hof bepaalt tevens dat de advocaat van appellante uiterlijk 13 december 2016 een kopie van het volledige procesdossier zal overleggen.

Alle verdere beslissingen worden aangehouden. Het arrest is gewezen door de raadsheren Brandenburg, Smeenk-van der Weijden en Wabeke en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2016.

Uitkomst: Het hof gelast een meervoudige comparitie en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.200.077/01
arrest van 22 november 2016
in de zaak van
Bakkersland [vestigingsnaam] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. P.J. klein Gunnewiek te Utrecht,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.F. Ruers te Utrecht,
op het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda gewezen vonnis van 20 april 2016 tussen appellante als gedaagde en geïntimeerde als eiser.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2723322 CV EXPL 14-510)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, alsmede naar de vonnissen van 9 april 2014, 13 augustus 2014, 23 december 2015 en 13 juli 2016.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Appellante heeft bij exploot van 15 juli 2016 aangezegd van genoemd vonnis in hoger beroep te komen met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
2.2.
Bij brief van 3 oktober 2016 heeft appellante verzocht om een comparitie na aanbrengen te gelasten.
2.3.
Ter rolle van 4 oktober 2016 is de zaak aangebracht en is geïntimeerde bij advocaat verschenen.

3.De beoordeling

3.1.
Het hof ziet aanleiding om een meervoudige comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling of de doorwijzing naar mediation. Voorts kan de comparitie worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven. Het hof verwijst voor nadere algemene informatie over de comparitie naar www.rechtspraak.nl (deelsite Gerechtshof 's-Hertogenbosch, onder “Regels en procedures”).
3.2.
De geplande duur van de zitting is anderhalf uur. Ter comparitie zal niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten. Hieronder wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak al dan niet aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.
3.3.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon, als het om een rechtspersoon gaat deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is, op
12 januari 2017 om 09:30 uurzullen verschijnen voor de meervoudige kamer van het hof, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch, met de hiervoor onder 3.1 vermelde doeleinden;
bepaalt dat de advocaat van appellante uiterlijk 13 december 2016 een fotokopie
in viervoudvan het volledige procesdossier zal overleggen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. Brandenburg, C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en M.A. Wabeke en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 november 2016.
griffier rolraadsheer