Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Rabohypotheekbank N.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Coöperatieve Rabobank Westelijke Mijnstreek U.A.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/270708 / HA ZA 13-820)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, tevens houdende wijziging van eis in reconventie, met drie producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3.De beoordeling
Zonder uitdrukkelijk schriftelijk toestemming van de bank mag het onderpand niet worden verhuurd of verpacht of anderszins in gebruik worden afgestaan of worden gedoogd dat derden het onderpand gebruiken, en mag geen vooruitbetaling van huur- of pachtpenningen worden bedongen of aanvaard, en mag het recht op huur- of pachtpenningen niet worden vervreemd, verpand of anderszins bezwaard”.
De koper op de veiling aanvaardt het registergoed in de staat waarin het zich ten tijde van de feitelijke levering blijkt te bevinden.
De feitelijke levering van het verkochte zal geschieden leeg en ontruimd (behoudens de eventueel meeverkochte roerende zaken)”.
- € 23.700,-- ter zake de door [appellante] aan Rabobank betaalde en gelet op de vernietiging van de koopovereenkomst door Rabobank aan [appellante] terug te betalen waarborgsom;
- € 37.500,-- ter zake de door [appellante] aan [koper] verschuldigde contractuele boete;
- € 75.000,-- ter zake de winst die [appellante] heeft gederfd doordat hij het pand niet voor de overeengekomen prijs aan [koper] heeft kunnen leveren.
- [appellante] is er bij de totstandkoming van de veilingkoop vanuit gegaan dat het bedrijfspand in strijd met het huurbeding uit de hypotheekakte was verhuurd en dat hij het bedrijfspand dus kon laten ontruimen. Na de koop bleek dat de verhuur van het bedrijfspand in de hypotheekakte is vermeld, zodat de verhuur niet in strijd met het huurbeding was. Dat [appellante] deze onjuiste voorstelling van zaken had, is te wijten aan de onjuiste mededelingen van de door Rabobank ingeschakelde veilingnotaris (rov. 4.3).
- Het moet voor Rabobank redelijkerwijs duidelijk zijn geweest dat de onjuiste mededeling dat het bedrijfspand voor zover bekend verhuurd was in strijd met het huurbeding uit de hypotheekakte, voor [appellante] van belang was omdat die mededeling suggereerde dat het pand betrekkelijk eenvoudig ontruimd zou kunnen worden (rov. 4.5).
- De dwaling van [appellante] , die veroorzaakt is door de onjuiste mededeling van de zijde van Rabobank, hoeft in dit geval niet voor rekening van [appellante] zelf te blijven in de zin van artikel 6:228 lid 2 BW Pro (rov. 4.7).
- Dat in (de aanvulling van) de veilingvoorwaarden staat dat de koper op de veiling het registergoed aanvaard in de staat waarin het zich ten tijde van de feitelijke levering bevindt, staat niet in de weg aan het beroep van [appellante] op vernietiging van de veilingkoop wegens dwaling (rov. 4.9).
- Rabobank heeft haar verweer dat zij geen onjuiste mededelingen aan [appellante] heeft gedaan, onvoldoende onderbouwd (rov. 4.11).
- Omdat de verweren die Rabobank heeft aangevoerd tegen het beroep op vernietiging van de veilingkoop wegens dwaling geen doel treffen, moet worden geconcludeerd dat [appellante] de veilingskoop op 7 juni 2013 rechtsgeldig wegens dwaling heeft vernietigd. De vordering van [appellante] tot terugbetaling van de door hem betaalde waarborgsom van € 23.700,-- moet dus worden toegewezen (rov. 4.12).
- De door [appellante] gestelde schade ter zake de door hem aan [koper] verschuldigde boete en ter zake de door hem gederfde winst is niet aan Rabobank toe te rekenen. De door [appellante] gevorderde schadevergoeding moet daarom worden afgewezen (rov. 4.15).
- Omdat de vorderingen van [appellante] grotendeels worden afgewezen, worden de buitengerechtelijke kosten geacht nodeloos te zijn gemaakt, zodat die eveneens worden afgewezen (rov. 4.16).
- Rabobank in conventie hoofdelijk veroordeeld om aan [appellante] € 23.700,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 15 juni 2013;
- de kosten van het geding in conventie tussen de partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten diende te dragen;
- het in conventie meer of anders gevorderde afgewezen;
- de vorderingen van Rabobank in reconventie afgewezen;
- Rabobank in de kosten van het geding in reconventie veroordeeld.
- € 37.500,-- ter zake de door [appellante] aan [koper] verschuldigde contractuele boete;
- € 75.000,-- ter zake de winst die [appellante] heeft gederfd doordat hij het pand niet voor de overeengekomen prijs aan [koper] heeft kunnen leveren.
- dat het slagen van het beroep op dwaling niet betekent dat de wederpartij van de dwalende jegens de dwalende schadeplichtig is;
- dat voor die schadeplichtigheid een specifieke rechtsgrond aanwezig dient te zijn;
- [appellante] de buitengerechtelijke vernietiging van de veilingkoop ingeroepen wegens dwaling;
- Rabobank geweigerd heeft die vernietiging te erkennen;
- Rabobank geweigerd heeft aan [appellante] de door hem betaalde waarborgsom te restitueren en de door hem geleden schade te vergoeden;
- deze weigeringen in elk geval ten dele onjuist geweest, aangezien het hof hiervoor heeft geoordeeld dat het beroep op dwaling gehonoreerd moet worden, dat aan [appellante] de waarborgsom van € 23.750,-- terugbetaald moet worden en dat Rabobank aan [appellante] een schadevergoeding van € 18.750,-- moet betalen.
4.De uitspraak
- Rabobank in conventie hoofdelijk is veroordeeld om aan [appellante] € 23.700,00 (terugbetaling waarborgsom) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 15 juni 2013;
- de vorderingen van Rabobank in reconventie zijn afgewezen;
- Rabobank in de kosten van het geding in reconventie is veroordeeld;
- veroordeelt Rabobank in conventie om aan [appellante] een schadevergoeding van € 18.750,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 30 oktober 2013;
- veroordeelt Rabobank in conventie om aan [appellante] € 1.788,-- te betalen ter zake buitengerechtelijke kosten;
- veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in conventie, aan de zijde van [appellante] tot op heden begroot op € 197,42 aan dagvaardingskosten (zijnde twee keer € 98,71), € 3.715,-- aan griffierecht en € 2.235,-- aan salaris advocaat;
- wijst het in conventie meer of anders gevorderde af;