ECLI:NL:GHSHE:2015:616
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Chr. M. Aarts
- M. van Ham
- I. Giesen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid hof inzake begrotingsprocedure advocatendeclaraties
In deze civiele zaak vordert [Advocaten] betaling van declaraties, waarbij partijen zijn verwezen naar de begrotingsprocedure zoals neergelegd in de artikelen 32-40 van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ). De Raad van Toezicht heeft vóór de inwerkingtreding van de Wet positie en toezicht advocatuur een begrotingsbeslissing genomen, die het hof niet bevoegd is te toetsen.
[Appellant] betwist de begroting en verzoekt het hof deze te herzien of te vernietigen wegens feitelijke onjuistheden en onredelijkheid. Het hof stelt echter dat de WTBZ een bijzondere rechtsgang kent voor toetsing en tenuitvoerlegging van de begroting, waarbij het hof niet bevoegd is in deze procedure de begroting te toetsen.
De zaak wordt aangehouden totdat de procedures onder de WTBZ zijn doorlopen en een onherroepelijke beslissing is genomen. Het hof verzoekt [Advocaten] binnen vier maanden te rapporteren over de voortgang van deze procedure. De beslissing over rente, incassokosten en proceskosten wordt aangehouden.
Het arrest is gewezen door het hof 's-Hertogenbosch op 24 februari 2015 en bevestigt de beperkte rol van de burgerlijke rechter bij geschillen over advocatendeclaraties die onder de WTBZ vallen.
Uitkomst: Het hof is niet bevoegd de begrotingsbeslissing van de Raad van Toezicht te toetsen en houdt verdere beslissing aan totdat de bijzondere WTBZ-procedure is doorlopen.