Aan belanghebbende is voor 2012 een aanslag zuiveringsheffing opgelegd van €16.500,14, verminderd na bezwaar tot €11.030,06. Partijen verschillen in hoger beroep over de inhoud van het bij de rechtbank bereikte compromis, met name of de vermindering van €603,72 betrekking had op de aanslag vóór of na verrekening van de voorlopige aanslag.
Het hof stelt vast dat partijen onmiskenbaar de vermindering van €603,72 beoogden op de aanslag vóór verrekening van de voorlopige aanslag, ondanks dat abusievelijk het bedrag na verrekening werd vermeld. Belanghebbende erkent dat de insteek van de Heffingsambtenaar juist was en dat zij met het compromis kon leven.
Omdat de Heffingsambtenaar geheel aan de grieven tegemoet is gekomen, is het beroep tegen de Heffingsambtenaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, behoudens beslissingen over griffierecht en proceskosten, en bepaalt dat het griffierecht moet worden vergoed. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.