Uitspraak
[belanghebbende]te
[woonplaats],
“waar het middelpunt van iemands leven zich bevindt”, een andere verdeling van die bewijslast mee. De Heffingsambtenaar zou dan immers een negatief bewijs moeten leveren, hetgeen, naar algemeen wordt aangenomen, zo goed als onbewijsbaar is. Het Hof is gelet op het vorenoverwogene dan ook van oordeel dat in het onderhavige geval belanghebbende de meest gerede partij is om aannemelijk te maken dat de echtgenote in het jaar 2011 haar hoofdverblijf in [a-straat] heeft.
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.