ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8143
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- G.J. Vossestein
- W.Th.M. Raab
- E.N. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing en niet-ontvankelijkheid minderjarigen in hoger beroep
In deze civiele zaak stond de uithuisplaatsing van twee minderjarige dochters centraal. De moeder en dochters waren in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Roermond die een machtiging tot uithuisplaatsing had verleend. De dochters voerden aan dat zij een zelfstandige rechtsingang behoorden te hebben en recht hadden op bijstand van een eigen advocaat, wat volgens hen niet was gerealiseerd.
Het hof oordeelde dat het Nederlandse recht geen zelfstandige rechtsingang voor minderjarigen kent en dat de belangen van de minderjarigen in dit geval door de moeder worden vertegenwoordigd. Het hof stelde vast dat de minderjarigen weliswaar zijn gehoord, maar dat het recht op bijstand van een advocaat bij het horen niet afdwingbaar is. Tevens was er geen sprake van schending van essentiële procesvoorschriften, mede doordat de advocaten collegiaal contact hadden over de stukken.
Het hof verklaarde de minderjarigen niet-ontvankelijk in hun hoger beroep en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Roermond. De uithuisplaatsing was op advies van de raad beëindigd, maar de procedure werd voortgezet vanwege het belang van toetsing van de rechtmatigheid. Er werden geen inhoudelijke grieven tegen de uithuisplaatsing gegrond bevonden.
Uitkomst: De minderjarige dochters werden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep en de beschikking tot uithuisplaatsing werd bekrachtigd.