Belanghebbende betwistte de door de Heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van het voetbalstadion en stelde dat de lagere bedrijfswaarde in aanmerking genomen moest worden. De zaak betreft de waardering van het stadion per 1 januari 2003, waarbij het geschil zich richt op de vraag of de waardering moet plaatsvinden op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde of de bedrijfswaarde.
De commanditaire vennootschap (C.V.) is economisch eigenaar van het stadion en verhuurt dit aan een huurder die het exploiteert. Uit financiële berekeningen en jaarrekeningen blijkt dat de exploitatie van het stadion door de C.V. jaarlijks een negatief resultaat oplevert. Het Hof oordeelt dat de exploitatie niet met het uitsluitende doel winst te behalen plaatsvindt, wat een vereiste is voor waardering op bedrijfswaarde.
De Hoge Raad heeft in een verwijzingsarrest aangegeven dat alleen als de exploitatie gericht is op winst, bedrijfswaarde als waarderingsgrondslag geldt. Het Hof concludeert dat de exploitatie gericht is op het in stand houden van het stadion en het voldoen aan financiële verplichtingen, niet op winstmaximalisatie. Daarom is de gecorrigeerde vervangingswaarde de juiste waarderingsgrondslag.
Belanghebbende heeft zich tijdens de procedure verenigd met de door de Heffingsambtenaar verdedigde gecorrigeerde vervangingswaarde van € 8.821.000. Het Hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.