ECLI:NL:GHSHE:2012:BX4441
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. van Dun
- J. Swinkels
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing op optierechten bij onvoorwaardelijk worden en kwade trouw bij aangifte
Belanghebbende, werkzaam als Human Resources Director bij een dochtermaatschappij van een Amerikaans concern, genoot in de jaren 2002 tot en met 2006 inkomsten uit optierechten die waren toegekend onder voorwaarden waaronder het dienstverband moest voortduren en een looptijd moest verstrijken.
De kern van het geschil betrof het moment waarop het belastbare voordeel uit deze optierechten ontstond: bij toekenning ('grant date') of bij het onvoorwaardelijk worden ('vesting'). Het hof sluit zich aan bij jurisprudentie van de Hoge Raad en stelt vast dat het belastbare voordeel ontstaat bij het onvoorwaardelijk worden van de opties.
Daarnaast oordeelt het hof dat belanghebbende bij het doen van zijn aangifte in 2006 te kwader trouw was door het voordeel uit de optierechten niet aan te geven, ondanks zijn functie en kennis. Hierdoor was navordering gerechtvaardigd en was het opleggen van een vergrijpboete passend, hoewel deze boete werd gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis van de rechtbank voor zover deze het beroep gegrond verklaarde, bevestigt de navorderingsaanslag en de boete, en wijst een proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het belastbare voordeel uit optierechten ontstaat bij het moment van onvoorwaardelijk worden en oordeelt dat navordering en boete terecht zijn opgelegd wegens kwade trouw.