ECLI:NL:GHSHE:2012:BW0820
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.D.M. Lamers
- P.C.G. Brants
- G.J. Vossestein
- Rechtspraak.nl
Geen verlenging alimentatieplicht ondanks arbeidsongeschiktheid na echtscheiding
Partijen zijn in 1979 gehuwd en in 1997 gescheiden. De vrouw verzocht om verlenging van de alimentatieplicht tot haar 66e levensjaar vanwege haar arbeidsongeschiktheid die na de echtscheiding is ontstaan. De man stelde dat de vrouw voldoende mogelijkheden had om in haar levensonderhoud te voorzien en dat de arbeidsongeschiktheid niet op hem verhaald kon worden.
Het hof overwoog dat de alimentatieverplichting volgens artikel 1:157 lid 4 BW Pro na twaalf jaar automatisch eindigt, tenzij bijzondere omstandigheden verlenging rechtvaardigen. De vrouw kon niet aannemelijk maken dat haar arbeidsongeschiktheid, die na de echtscheiding ontstond, een bijzondere omstandigheid vormt die verlenging rechtvaardigt. Zij had voldoende mogelijkheden gehad om zelfstandig inkomen te verwerven, onder meer door haar afgeronde HBO-opleiding.
De inkomensachteruitgang van de vrouw na beëindiging van de alimentatie was weliswaar ingrijpend, maar dit was onvoldoende om de verlenging te rechtvaardigen. Het hof vernietigde daarom de eerdere beschikking die verlenging toestond en wees het verzoek van de vrouw af. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlenging van de alimentatieplicht af en beëindigt de alimentatie na twaalf jaar.