ECLI:NL:GHSHE:2010:BN9372
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Meulenbroek
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Huurregime en voortzetting huurovereenkomst perceel grond met benzinestation
Deze zaak betreft een geschil over het toepasselijke huurregime voor een perceel grond waarop een benzinestation wordt geëxploiteerd. De oorspronkelijke huurovereenkomst werd gesloten in 1957 voor 20 jaar, met verlengingen in 1977 en 1992/1993. BP en [X.] stelden dat de overeenkomst uit 1993 een nieuwe zelfstandige huurovereenkomst betrof, waardoor het regime van artikel 7:290 BW Pro van toepassing zou zijn geworden. [Y.] betwistte dit en stelde dat sprake was van een voortzetting van de bestaande huurovereenkomst onder het oude huurrecht voor onbebouwd onroerend goed.
Het hof stelde vast dat partijen bij de onderhandelingen in 1992/1993 niet hebben gesproken over een wijziging van het huurregime en dat de overeenkomst uit 1993 feitelijk een voortzetting was van de eerdere overeenkomsten. De omschrijving van het gehuurde bleef een perceel grond en er was geen sprake van een vergoeding voor de opstallen. Het gebruik van standaardbepalingen en de titel 'huurovereenkomst bedrijfsruimte' waren onvoldoende om te concluderen dat een nieuwe overeenkomst was gesloten.
Het hof verwierp de grieven van BP en [X.] en bevestigde dat het regime van artikel 7A:1624 BW niet van toepassing is geworden. Ook de toegewezen buitengerechtelijke kosten werden gehandhaafd. De uitvoerbaarverklaring bij voorraad werd eveneens gehandhaafd, ondanks het bezwaar van BP en [X.]. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en BP en [X.] werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat de overeenkomst uit 1993 een verlenging is van de bestaande huurovereenkomst, waardoor het huurregime van artikel 7A:1624 BW niet van toepassing is.