ECLI:NL:GHSHE:2009:BI3118
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- R.J. Koopman
- N. van Beelen
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard inzake afwaardering vordering in inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende, woonachtig in België, stelde in hoger beroep dat een vordering op Aannemingsbedrijf BV administratief onterecht bij Beleggingen BV was geboekt en dat de vordering daarom afgewikkeld moest worden als vordering in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat de schuld nog steeds bij Beleggingen BV rustte en dat er geen civielrechtelijke overdracht had plaatsgevonden.
Het hof heeft het geschil beoordeeld aan de hand van jaarstukken, correspondentie en pleitnota's. Uit de stukken bleek dat Beleggingen BV en belanghebbende zelf aannamen dat Beleggingen BV debiteur was, en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vordering juridisch was overgegaan op Aannemingsbedrijf BV. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen bewijs werd geleverd dat de broer van belanghebbende anders werd behandeld.
Het hof concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen vergoeding van griffierecht toegekend en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.