ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2532
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Koopman
- J.W. Zwemmer
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op gelijkheidsbeginsel bij investeringsaftrek in vrachtauto-inruil
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 1999 vanwege toepassing van investeringsaftrek bij inruil van een vrachtauto. Na eerdere procedures vernietigde de Hoge Raad de uitspraak en verwees de zaak terug naar het hof.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of belanghebbende op grond van het gelijkheidsbeginsel aanspraak kon maken op investeringsaftrek in het jaar waarin de inruilovereenkomst werd gesloten, terwijl levering en betaling later plaatsvonden. Belanghebbende verwees naar andere gevallen waarin volgens hem een gunstigere behandeling had plaatsgevonden.
Het hof onderzocht deze gevallen en concludeerde dat geen van de genoemde situaties voldoende aannemelijk maakte dat sprake was van ongelijke of begunstigende behandeling. De inspecteur hanteerde een doelmatigheidstoets bij navordering die het hof als voldoende evenredig beoordeelde.
Het hof oordeelde dat de aanslagregeling en navorderingsbevoegdheid verschillende wettelijke kaders kennen, waardoor ongelijke behandeling niet aan de orde was. De meerderheidsregel was niet toepasbaar omdat de ongelijke behandeling op beleid was gebaseerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de inspecteur de investeringsaftrek niet hoeft toe te passen in het jaar van inruil als levering en betaling later plaatsvinden.