ECLI:NL:GHSHE:2005:AU6025
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep inzake aftrek lijfrentepremie 1994 wegens niet-betaling
De zaak betreft een geschil over de aftrekbaarheid van een lijfrentepremie van fl. 19.190,= in het jaar 1994 door belanghebbende betaald aan zijn vennootschap. De kernvraag was of dit bedrag daadwerkelijk was betaald of verrekend volgens de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 1964) en of, indien dit het geval was, de aftrek geweigerd moest worden op grond van fraus legis. Tevens werd onderzocht of er sprake was van een door de Inspecteur opgewekt vertrouwen dat de premie aftrekbaar was.
Feitelijk was vast komen te staan dat belanghebbende op 13 december 1994 fl. 19.190,= had gestort op een bankrekening van de vennootschap, maar tegelijkertijd fl. 20.000,= had opgenomen van een andere bankrekening van dezelfde vennootschap, waardoor de rekening-courantschuld van belanghebbende aan de vennootschap toenam. Het hof oordeelde dat hierdoor geen sprake was van daadwerkelijke betaling in de zin van de wet, maar van een schuld in rekening-courant, die niet als betaling kan worden aangemerkt.
De belanghebbende had niet aannemelijk gemaakt dat de rekening-courantschuld na deze datum was afgelost met ten minste het bedrag van fl. 19.190,=. Het hof verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat niet was gesteld dat de Inspecteur bewust en weloverwogen zijn standpunt had bepaald dat deze posten aftrekbaar waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De schadevergoeding en proceskosten werden niet toegewezen omdat het beroep ongegrond was. De uitspraak werd openbaar gedaan op 29 september 2005 door het Hof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat de lijfrentepremie van 1994 niet als betaald wordt beschouwd en de aftrek wordt geweigerd.