ECLI:NL:GHSHE:2005:AT2495
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- A.J. van Soest
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens onvoldoende bewijs kwade trouw belastingplichtige
Belanghebbende, woonachtig in België en directeur-grootaandeelhouder van een concern met activiteiten in Nederland en België, was in geschil met de Inspecteur over een navorderingsaanslag voor het jaar 1993. De Inspecteur had belanghebbende alsnog betrokken in de premie volksverzekeringen op grond van nieuwe informatie over een niet gekorte AOW-uitkering van een mede-aandeelhouder.
Het Hof oordeelde dat een verandering van inzicht van de Inspecteur geen grond voor navordering kan zijn, tenzij sprake is van kwade trouw van belanghebbende. Het Hof stelde vast dat de Inspecteur reeds bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met de relevante feiten ten tijde van de oorspronkelijke aanslag en dat belanghebbende in zijn aangiften consequent had aangegeven premieplichtig te zijn in België.
De Inspecteur slaagde er niet in aan te tonen dat belanghebbende opzettelijk onjuiste informatie had verstrekt of relevante feiten had verzwegen. Ook was niet aannemelijk dat belanghebbende wist van de volledige AOW-uitkering van zijn mede-aandeelhouder. Daarom werd de navorderingsaanslag vernietigd en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1993 wordt vernietigd wegens ontbreken van kwade trouw van belanghebbende.