ECLI:NL:GHSHE:2003:AH8939
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek vooruitbetaalde rente op grond van artikel 38 lid 6 Wet IB
Belanghebbende had in december 1998 een leningsovereenkomst gesloten waarbij vooruitbetaalde rente voor het eerste en tweede halfjaar van 1999 werd voldaan, in totaal fl. 122.300,=. De Inspecteur beperkte de aftrek van deze vooruitbetaalde rente tot fl. 4.000,= op grond van artikel 38 lid 6 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende stelde dat de volledige vooruitbetaalde rente aftrekbaar was, terwijl de Inspecteur slechts een aftrek van fl. 4.000,= erkende. Het geschil spitste zich toe op de uitleg van artikel 38 lid 6 Wet Pro IB, waarbij de Hoge Raad eerder had geoordeeld dat alleen de einddatum van de periode waarover de rente is betaald bepalend is voor de aftrekbaarheid.
Het hof oordeelde dat de vooruitbetaalde rente betrekking had op een periode die langer dan zes maanden na het kalenderjaar 1998 eindigde, waardoor de aftrek beperkt moest blijven tot fl. 4.000,=. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aftrek van vooruitbetaalde rente beperkt tot fl. 4.000,=.