ECLI:NL:GHSHE:2001:AD3455
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieheffing volksverzekeringen over AOW-uitkering van emigrante in Australië
Belanghebbende, een in Australië wonende vrouw die sinds 1989 geëmigreerd is, ontving in 1997 een AOW-uitkering waarop de Inspecteur premie volksverzekeringen heeft geheven. Belanghebbende stelde dat zij niet verplicht verzekerd was en dat zij op grond van voorlopige aanslagen mocht vertrouwen dat geen premie geheven zou worden.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of belanghebbende terecht in de premieheffing is betrokken en of zij zich mocht beroepen op het vertrouwensbeginsel vanwege voorlopige aanslagen in 1998 en 1999. Het Hof stelde vast dat belanghebbende aan de voorwaarden voor verplichte verzekering voldeed, omdat zij recht had op een AOW-uitkering die aansloot op haar vrijwillige verzekering en dat zij niet woonde in een lidstaat van de EU.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat voorlopige aanslagen geen rechten scheppen tenzij bijzondere omstandigheden dat anders doen vermoeden, welke niet waren gesteld of gebleken. Ook het beroep op het belastingverdrag met Australië en EG-verordening 1408/71 faalde. Het Hof bevestigde de bestreden uitspraak en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat belanghebbende terecht is betrokken in de premieheffing volksverzekeringen over haar AOW-uitkering in 1997 en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.