ECLI:NL:HR:1997:AA2203
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt belastingtarief voor grensarbeider wegens schending EG-Verdrag artikel 52
De zaak betreft een beroep in cassatie van een grensarbeider die zowel in Nederland als in België werkzaam was en tegen een hoger belastingtarief op zijn loonbelasting over juni 1990 had geprocedeerd. De Hoge Raad verwijst naar een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waarin is vastgesteld dat artikel 52 van Pro het EG-Verdrag discriminatie op grond van nationaliteit verbiedt bij belastingheffing van grensarbeiders die in meerdere lidstaten economische activiteiten verrichten.
De Hoge Raad oordeelt dat de toepassing van artikel 20b van de Wet op de loonbelasting 1964, die een hoger tarief hanteert voor niet-ingezeten belastingplichtigen, in dit geval in strijd is met het EG-Verdrag. Er bestaat geen objectief verschil tussen de belanghebbende en in Nederland wonende belastingplichtigen dat dit hogere tarief rechtvaardigt, ook niet vanwege het feit dat de belanghebbende niet aan de Nederlandse volksverzekeringen is onderworpen.
Daarom moet artikel 20b van de Wet buiten toepassing blijven en moet de belanghebbende worden belast volgens het lagere tarief van artikel 20a. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en de Inspecteur, gelast teruggaaf van te veel ingehouden loonbelasting en veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hogere belastingtarief van artikel 20b wordt buiten toepassing gelaten en teruggaaf van te veel ingehouden loonbelasting wordt gelast.