ECLI:NL:HR:1998:AA2607
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Pos
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid inspecteur bij negatieve voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van 35.646 gulden. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Amsterdam. Het hof bevestigde de aanslag. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het opleggen van een negatieve voorlopige aanslag zonder dat de belastingplichtige aan de voorwaarden voldeed, niet de bevoegdheid van de inspecteur beperkt om een definitieve aanslag op te leggen waarbij deze negatieve voorlopige aanslag wordt verrekend. Een inspecteur is niet verplicht een definitieve aanslag op dezelfde onjuiste wijze vast te stellen, tenzij bijzondere omstandigheden het vertrouwen van de belastingplichtige rechtvaardigen dat de negatieve voorlopige aanslag een uitdrukkelijk standpunt van de inspecteur weerspiegelt.
In deze zaak kon belanghebbende geen feiten aanvoeren die een dergelijk vertrouwen rechtvaardigden. Daarom faalden de klachten. De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af. Het beroep werd verworpen en het arrest op 2 december 1998 uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1994 wordt bevestigd.