ECLI:NL:GHSGR:2012:BX8352
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bindende tussenafspraak tijdens mediation over herberekening navorderingsaanslag inkomstenbelasting
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tijdens een mediation tussen appellant en de Belastingdienst een bindende tussenafspraak tot stand was gekomen over de herberekening van een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998. De mediation betrof onder meer de waardering van een appartement en de vaststelling van de aanslag. Hoewel de mediation niet eindigde in een formele vaststellingsovereenkomst en de overeenkomst niet door de mediator was ondertekend, oordeelde het hof dat de overeenkomst wel bindend was.
Het hof baseerde dit oordeel op de inhoud van de mediationovereenkomst en het NMI-reglement, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen vrijblijvende besprekingen en bindende afspraken. De voorwaarden in de overeenkomst wezen erop dat partijen zich wilden binden aan de taxatiewaarde indien de taxateurs het eens waren, inclusief afstand van rechtsmiddelen door appellant. De brief van de mediator bevestigde dat hij op de hoogte was van deze afspraken.
De Staat voerde onder meer aan dat de taxatie onjuist was en dat appellant niet alle relevante informatie had verstrekt, maar het hof verwierp deze bezwaren omdat niet was gebleken dat de voorwaarden van de overeenkomst waren geschonden. Ook het beroep op de geheimhoudingsplicht werd afgewezen omdat het onaanvaardbaar was om de Staat hieraan te houden gezien de omstandigheden.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde voor recht dat de bindende overeenkomst tot stand was gekomen. De Staat werd veroordeeld de navorderingsaanslag binnen zes weken opnieuw vast te stellen conform de taxatie en werd in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het hof verklaart dat een bindende tussenafspraak is ontstaan en veroordeelt de Staat tot herberekening van de navorderingsaanslag binnen zes weken.