ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2332
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Beperking gecombineerde heffingskorting bij belastingaanslag 2007
Belanghebbende was in 2007 gehuwd en had geen belastbaar inkomen. Zij ontving een voorlopige teruggaaf gecombineerde heffingskorting van € 2.035, terwijl haar echtgenoot een definitieve aanslag had met een belastingplicht van € 1.479. De Inspecteur legde een aanslag op om het teveel betaalde bedrag terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel. Het Hof overwoog dat de wet bepaalt dat de gecombineerde heffingskorting nooit hoger kan zijn dan het bedrag dat de partner na aftrek van zijn eigen heffingskortingen aan belasting verschuldigd is.
Belanghebbende voerde aan dat de aanslag onjuist was en dat de Inspecteur handelde in strijd met verschillende beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod van willekeur. Deze bezwaren werden door het Hof verworpen omdat de aanslag binnen de wettelijke kaders was opgelegd en de definitieve aanslag van de echtgenoot onherroepelijk vaststond.
Ook het beroep op het ne bis in idem-beginsel en de hardheidsclausule faalden. De heffingsrente werd eveneens terecht berekend. Het Hof concludeerde dat de Inspecteur terecht het teveel betaalde bedrag had teruggevorderd en bevestigde de eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende slechts recht heeft op de gecombineerde heffingskorting tot het bedrag dat haar echtgenoot aan belasting verschuldigd is en wijst het hoger beroep af.