ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2927
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- O.C.R. Marres
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens nieuw feit zonder proceskostenveroordeling
Belanghebbende, een persoonlijke houdstermaatschappij, was voor het jaar 2007 niet opgenomen in de uitstelregeling voor belastingconsulenten en diende na een afgewezen verzoek om uitstel een nihilaangifte in. Later diende zij een aanvullende aangifte in met een belastbaar bedrag van €44.751. De Inspecteur legde daarop een navorderingsaanslag op. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof bevestigde deze beslissing.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een nieuw feit of kwade trouw dat navordering rechtvaardigt. Het Hof oordeelde dat de aanvullende aangifte een nieuw feit vormde en dat de Inspecteur bij het opleggen van de primitieve aanslag niet gehouden was tot nader onderzoek, omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die twijfel aan de juistheid van de aangifte rechtvaardigden.
Hoewel het Hof erkende dat belanghebbende kwade trouw had door opzettelijk een foutieve aangifte in te dienen, werd dit niet als misbruik van procesrecht aangemerkt. Daarom wees het Hof het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur af en veroordeelde het belanghebbende niet in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2011.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag wegens nieuw feit en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.