ECLI:NL:GHSGR:2010:BM9833
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over rechtsgeldigheid en nakoming vaststellingsovereenkomst landbouwvrijstelling vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor 2002 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van €488.538, die zij betwistte. De rechtbank vernietigde de aanslag en stelde deze vast op €98.800, waarbij zij oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst tussen de Inspecteur en de rechtsvoorgangers van belanghebbende niet rechtsgeldig tot stand was gekomen vanwege onvoldoende volmacht. De Inspecteur ging hiertegen in hoger beroep.
Het Hof onderzocht of een toereikende volmacht was verleend aan de gemachtigde en oordeelde dat de Inspecteur redelijkerwijs mocht aannemen dat de volmacht bestond, mede omdat de rechtsvoorgangers van belanghebbende niet tijdig protesteerden tegen de overeenkomst. Daarnaast stelde het Hof vast dat de vaststellingsovereenkomst niet in strijd was met de wettelijke regeling van de landbouwvrijstelling, zodat nakoming mocht worden verlangd.
De subsidiaire stellingen over de waarde van de tweede betalingstermijn behoefden geen behandeling meer, omdat de aanslag overeenkwam met de vastgestelde overeenkomst. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, bevestigde de uitspraak op bezwaar en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 22 juni 2010 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar bevestigd; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.