ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ2796
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dekkers
- Le Clercq-Meijer
- Van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak Afghaanse generaal wegens gebrek aan bewezen command responsibility bij martelingen in Kabul
De Afghaanse generaal F, voormalig plaatsvervangend hoofd van de militaire inlichtingendienst in Kabul, werd beschuldigd van het medeplegen van martelingen en andere schendingen van het internationaal humanitair recht in de jaren tachtig. Het hof onderzocht of de doctrine van command responsibility, die strafrechtelijke aansprakelijkheid van meerderen voor misdaden van ondergeschikten inhoudt, reeds in die periode strafbaar was volgens internationaal gewoonterecht, ook in niet-internationale conflicten.
Het hof concludeerde dat hoewel de doctrine van command responsibility zich sinds de Tweede Wereldoorlog heeft ontwikkeld en erkend is in internationale conflicten, de toepassing ervan in niet-internationale conflicten juridisch complex is. De verdachte werd verweten onvoldoende maatregelen te hebben genomen om martelingen door ondergeschikten te voorkomen. Diverse getuigen verklaarden over martelingen en mishandelingen in de Khad-e-Nezami, maar het hof vond onvoldoende bewijs dat de verdachte effectief controle had over de daders of dat hij naliet te handelen.
De verdediging voerde aan dat de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de meerdere in de tenlastegelegde periode niet voorzienbaar was volgens het legaliteitsbeginsel. Het hof oordeelde dat het voor de verdachte wel voorzienbaar was dat hij vervolgd kon worden, mede gelet op internationale verdragen en het feit dat marteling verboden was in Afghanistan. De tenlastelegging was cumulatief, maar dat leidde niet tot niet-ontvankelijkheid. De amnestiewet in Afghanistan was niet van kracht op het moment van de procedure.
Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs van zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid als meerdere. Het hof benadrukte de complexiteit van het bewijs en de bijzondere omstandigheden van de zaak, waaronder het tijdsverloop, de context van een niet-westers land in conflict en de moeilijkheden bij het verzamelen van bewijs.
Uitkomst: De Afghaanse generaal is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van strafrechtelijke aansprakelijkheid als meerdere voor martelingen en schendingen van het internationaal humanitair recht.