ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1987
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geldigheid bankgarantie en verrekening bij tussentijdse huurbeëindiging in faillissement
In deze zaak staat centraal de vraag of een bankgarantie, opgesteld volgens het ROZ-model en gekoppeld aan een pandrecht op het banksaldo van de huurder, geldig is voor het verhalen van schadevergoeding bij tussentijdige beëindiging van een huurovereenkomst in faillissement. De curator betoogde dat de bankgarantie strijdig is met artikel 39 Faillissementswet Pro en dat de bank haar vordering niet mocht verrekenen met het banksaldo.
Het hof stelt vast dat de curator geen feiten heeft betwist en dat de bankgarantie en de akte van vrijwaring rechtsgeldig zijn gesloten. Het hof oordeelt dat de wet niet verbiedt dat partijen vooraf afspraken maken over schadevergoeding bij tussentijdse beëindiging, ook niet in faillissement. De bankgarantie verplicht de bank onherroepelijk tot betaling aan de verhuurder, en de bank heeft een pandrecht op het banksaldo van de huurder om haar vordering te verhalen.
Verder oordeelt het hof dat de bank terecht haar pandrecht heeft uitgeoefend door het bedrag van de bankgarantie te verrekenen met het banksaldo. De curator kon dit niet tenietdoen. Ook de verrekening van creditcarduitgaven die vóór faillissement zijn gedaan, is volgens het hof rechtsgeldig. Betalingen met de creditcard na faillissement konden niet worden verrekend omdat de bank de kaart niet had geblokkeerd.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de curator in de kosten van het principaal appel en de bank in de kosten van het incidenteel appel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de bankgarantie geldig is en de bank terecht haar pandrecht heeft uitgeoefend door verrekening met het banksaldo.