ECLI:NL:GHLEE:2011:BU8184
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.H. Kuiper
- R.E. Weening
- H. Vedder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mededingingsrechtelijke en vennootschapsrechtelijke aspecten van borgingssystemen in melklevering
In deze civiele procedure zijn melkveehouders ([appellanten 1 en 2] en [appellanten 3 en 4]) in hoger beroep gegaan tegen FrieslandCampina over de geldigheid en toepassing van borgingssystemen (KKM, FCDF, Qarant) die kwaliteitseisen stellen aan geleverde melk. De appellanten betoogden dat deze eisen en de daaruit voortvloeiende kosten onrechtmatig zijn en in strijd met de Mededingingswet en de statuten van de coöperatie.
Het hof bevestigde dat de borgingssystemen voldoen aan de voorwaarden van objectiviteit, transparantie en non-discriminatie zoals neergelegd in de NMa-richtsnoeren en dat het hanteren van deze systemen geen mededingingsbeperking oplevert. Ook oordeelde het hof dat het opleggen van extra kosten voor het gescheiden ophalen en verwerken van melk gerechtvaardigd is, mits deze kosten niet hoger zijn dan de daadwerkelijk gemaakte meerkosten.
Verder wees het hof de stellingen van de appellanten af dat de besluiten van de coöperatie nietig zijn wegens strijd met de statuten of dat sprake is van misbruik van bevoegdheid of omstandigheden. Het hof bepaalde dat FrieslandCampina gegevens moet verstrekken over de verwerking van ongecertificeerde melk en de hoogte van de meerkosten, waarna verdere bewijslevering kan volgen.
De vorderingen van de appellanten werden grotendeels afgewezen, maar het lidmaatschap en de leveringsovereenkomst werden hersteld en FrieslandCampina werd verboden om melkgeld te korten of extra kosten in rekening te brengen zonder wettelijke grondslag. De zaak werd aangehouden voor nadere bewijslevering.
Uitkomst: De borgingssystemen zijn toelaatbaar, FrieslandCampina mag kosten in rekening brengen mits deze de werkelijke meerkosten weerspiegelen, en de vorderingen van appellanten worden grotendeels afgewezen.