ECLI:NL:GHLEE:2009:BK7398
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Huiskes
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- C.L. van Lindonk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over recht op zelfstandigenaftrek bij samenwerkingsverband in sloopbedrijf
In deze zaak staat centraal of belanghebbende, die samen met haar echtgenoot en zoon een VOF drijft in de sloop- en bouwmaterialenhandel, recht heeft op de zelfstandigenaftrek. Het geschil spitst zich toe op de vraag of haar werkzaamheden hoofdzakelijk ondersteunend zijn en of het samenwerkingsverband ongebruikelijk is in de zin van artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De inspecteur heeft de zelfstandigenaftrek geweigerd omdat hij van mening is dat de werkzaamheden van belanghebbende ondersteunend zijn en het samenwerkingsverband ongebruikelijk. Belanghebbende stelt dat haar werkzaamheden gelijkwaardig zijn aan die van haar echtgenoot en zoon en dat het samenwerkingsverband niet ongebruikelijk is. Het hof verwijst naar de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank, waaronder de omvangrijke werkzaamheden van belanghebbende binnen de onderneming en de gezamenlijke besluitvorming.
Het hof oordeelt dat belanghebbende niet heeft voldaan aan haar bewijslast om aannemelijk te maken dat haar werkzaamheden niet hoofdzakelijk ondersteunend zijn, omdat zij geen gespecificeerde urenadministratie heeft overgelegd. Tevens is zij er niet in geslaagd te bewijzen dat het samenwerkingsverband niet ongebruikelijk is, mede vanwege het ontbreken van statistisch materiaal. Daarom wordt het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Belanghebbende heeft geen recht op zelfstandigenaftrek omdat haar werkzaamheden hoofdzakelijk ondersteunend zijn en het samenwerkingsverband ongebruikelijk is.