ECLI:NL:GHLEE:2009:BK6671
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- D.V.E.M. van der Wiel - Rammeloo
- J.J.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herzieningsbeschikking en proceskostenvergoeding bij inkomstenbelastingverlies 1999
In deze zaak staat centraal of de inspecteur een herzieningsbeschikking heeft genomen op grond van artikel 51a, derde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 met betrekking tot het verlies over het jaar 1999. Tevens is de vraag aan de orde of belanghebbende recht heeft op een integrale vergoeding van de proceskosten die zijn gemaakt in verband met het (hoger) beroep.
Belanghebbende deed aangifte over 1999 met een negatief belastbaar inkomen. De inspecteur stelde aanvankelijk een verliesvaststellingsbeschikking vast, maar corrigeerde dit later via een navorderingsaanslag. Belanghebbende betwist dat deze navorderingsaanslag een herzieningsbeschikking inhoudt. De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslag geen herzieningsbeschikking is en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het bezwaar betrof tegen de verliesbeschikking.
Het hof onderschrijft de rechtsoverwegingen van de rechtbank, verwijzend naar het arrest van de Hoge Raad van 1 april 2005, waarin is bepaald dat een eenmaal vastgestelde verliesbeschikking niet door navordering kan worden herzien zonder een herzieningsbeschikking. Ook het verzoek tot een integrale proceskostenvergoeding wordt afgewezen, omdat de inspecteur niet tegen beter weten in heeft gehandeld gezien de complexiteit van de materie. Het hoger beroep van beide partijen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geen herzieningsbeschikking is genomen en wijst het verzoek tot integrale proceskostenvergoeding af.