ECLI:NL:GHLEE:2007:BB5183
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing kostenvergoeding bezwaar en beroep inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2005 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd door de inspecteur, gebaseerd op zijn aangifte over 2004. Hij diende bezwaar in tegen de aanslag en verzocht om vergoeding van de kosten van de bezwaar- en beroepsfase. De inspecteur verminderde het aanslagbedrag tot nihil, maar gaf geen beslissing op het verzoek om kostenvergoeding. Belanghebbende startte daarop een beroepsprocedure, die door de rechtbank ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep stond centraal of de rechtbank terecht geen kostenvergoeding toekende. Het hof overwoog dat de inspecteur onrechtmatig had gehandeld door niet tijdig op het verzoek te beslissen, waardoor de kosten van het beroep tegen het uitblijven van die beslissing vergoed moeten worden. Voor de bezwaarfase oordeelde het hof dat de inspecteur geen verwijt treft, omdat de voorlopige aanslag was gebaseerd op de door belanghebbende verstrekte gegevens en geen onrechtmatig handelen was vastgesteld.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, handhaafde de afwijzing van het verzoek om vergoeding van de bezwaarkosten, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van het hoger beroep. De Staat der Nederlanden werd aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, wijst het beroep toe voor het niet tijdig beslissen op het verzoek om kostenvergoeding in de beroepsfase, maar handhaaft de afwijzing voor de bezwaarfase en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van het hoger beroep.