ECLI:NL:GHDHA:2026:73
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning aan het water in Den Haag na hoger beroep
Belanghebbende, eigenaar van een villa aan het water in Den Haag, betwistte de door de Heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €1.880.000 voor het jaar 2022. De Rechtbank wees het beroep ongegrond, maar kende een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de Heffingsambtenaar de toezendplicht had geschonden door niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken en dat de waarde te hoog was vastgesteld. De Heffingsambtenaar gebruikte in hoger beroep een nieuwe waardematrix met vergelijkingsobjecten die qua ligging en bouwstijl goed vergelijkbaar waren met de woning.
Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar niet in strijd met de toezendplicht had gehandeld, omdat bepaalde gegevens niet beschikbaar waren en dat de gebruikte vergelijkingsobjecten adequaat waren. De door belanghebbende overgelegde referentiematrix was onvoldoende onderbouwd om een lagere waarde aannemelijk te maken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €1.880.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.