Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 30 december 2020, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2020;
- de memorie van grieven van [appellant] ;
- de memorie van antwoord van de Gemeente, met bijlagen;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling voor het gerechtshof Amsterdam (hierna: het hof Amsterdam) op 17 mei 2022;
- de uitspraak van het hof Amsterdam van 23 augustus 2022;
- het arrest van de Hoge Raad van 12 januari 2024 en de daarin vermelde stukken;
- de oproeping na verwijzing van de Gemeente van 24 april 2024;
- het arrest van dit hof van 4 juni 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 6 november 2024;
- de memorie na verwijzing van de Gemeente tevens akte vermeerdering grondslag van eis, met bijlage.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beslissingen van het hof Amsterdam en de Hoge Raad; eiswijziging na verwijzing
7.Beoordeling in hoger beroep na verwijzing
Inleiding: omlijning van het geschil na verwijzing
"voor zover ik weet heeft cliënt geen lange inschrijfduur voor sociale huurwoning"en
“ik weet niet of het klopt dat cliënt acht maanden per jaar in Spanje verblijft”. Onduidelijk is dus of [appellant] ergens staat ingeschreven en zo ja hoe lang, en of hij inderdaad zo’n grote periode per jaar in Spanje woont, en zo ja, in wat voor soort woning. [appellant] heeft ook geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een memorie na verwijzing te nemen.
.
8.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2020;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure, aan de zijde van de Gemeente in totaal begroot op € 6.057,15, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald.
- verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.