ECLI:NL:GHDHA:2026:1818
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A. van Dongen
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks eigen verkoopcijfer en verbouwing
Belanghebbende is eigenaar van een rijwoning die in juni 2020 werd gekocht voor € 325.000 en daarna voor € 75.000 werd verbouwd. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op € 478.000. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze waarde, stellende dat het eigen verkoopcijfer, gecorrigeerd voor verbouwingskosten, als uitgangspunt moest dienen.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt dit oordeel. Het hof overweegt dat het eigen verkoopcijfer, 18 maanden voor de waardepeildatum, niet als enig uitgangspunt kan dienen, mede vanwege de ingrijpende verbouwing en de beschikbaarheid van recente vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar heeft met een matrix en waarderingsoverzicht aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Het hof acht de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar en vindt dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in ligging, perceelgrootte en onderhoudsstaat. De waarde van € 478.000 wordt als een voorzichtige en redelijke waardering beschouwd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 478.000 wordt bevestigd.