ECLI:NL:GHDHA:2025:385
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- I. Reijngoud
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W. de Wit
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens overschrijding termijn
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd voor parkeren zonder betaling op 11 juni 2022. Tegen deze aanslag maakte hij bezwaar via een digitaal bezwaarschrift met vermelding van zijn e-mailadres. De Heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en stuurde de uitspraak op bezwaar per e-mail.
Belanghebbende diende later een aanvullend bezwaarschrift in, dat door de Heffingsambtenaar niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het een tweede bezwaar betrof. Belanghebbende stelde beroep in bij de Rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. Het Gerechtshof bevestigt dit oordeel, omdat de uitspraak op bezwaar rechtsgeldig elektronisch is bekendgemaakt en de beroepstermijn daardoor is aangevangen.
Belanghebbende betwistte ontvangst van de uitspraak op bezwaar, maar kon het vermoeden van ontvangst niet ontzenuwen. Het aanvullende bezwaarschrift had als beroepschrift moeten worden doorgezonden. Omdat het te laat werd ingediend en geen verschoonbare redenen zijn aangevoerd, blijft het beroep niet-ontvankelijk. Een inhoudelijke beoordeling van de aanslag en kosten kon daardoor niet plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en juiste elektronische bekendmaking van de uitspraak op bezwaar.