Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 17 december 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Vertrouwensbeginsel
- Eiser heeft, ondanks daarom te zijn verzocht, niet voldaan aan de wettelijke verplichting om de inkoopfactuur bij te sluiten (artikel 10, lid 8, Wet bpm juncto artikel 8, lid 4, onder b, en bijlage I Uitvoeringsregeling bpm), wat ook klemt omdat de inkoopfactuur een goede indicatie kan zijn voor wat betreft de waarde van een voertuig en ook informatie kan bevatten over de staat van het voertuig ten tijde van de import of andere bijzonderheden, zoals ook is vastgesteld door Gerechtshof Den Haag in zijn uitspraak van 16 maart 2023.[4]
- Het voertuig is op 16 september 2021 fysiek opgenomen tussen 16:30 en 17:00 uur. Uit pagina 1 van het taxatierapport blijkt dat de taxateur onder meer de indruk met betrekking tot de technische staat en het onderstel heeft beoordeeld. Daarnaast heeft de taxateur 30 foto’s gemaakt en heeft tijdens de opname ook moeten constateren waar schade aanwezig is. Alleen al deze werkzaamheden hebben niet in een dergelijk kort tijdsbestek deugdelijk kunnen plaatsvinden.
- De taxateur heeft de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat berekend door 87,45% van de gestelde reparatiekosten in mindering te brengen op de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat. De taxateur geeft op geen enkele manier aan waarom meer schade dan (de wettelijke) 72% in acht genomen dient te worden.
- De koerslijst Eurotax uit het taxatierapport is geen adequate koerslijst en kan daardoor niet dienen ter bepaling van de historische nieuwprijs en de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van het onderhavige voertuig, omdat:
- In de schadecalculatie zijn bijkomende kosten opgevoerd, zoals het uitvoeren van een onderhoudsbeurt en het resetten van de boordcomputer. Dit zijn (standaard) service- en onderhoudswerkzaamheden en kwalificeren niet als schade.
- Bij de objectgegevens op pagina 1 van het taxatierapport geeft de taxateur aan dat de indruk met betrekking tot de carrosserie en het interieur redelijk is, terwijl dit niet strookt met de opgevoerde schade van € 19.224,33 in de schadecalculatie.
- Uit bijlage I, onder 2.5, bij de Uitvoeringsregeling bpm (versie I januari 2021) blijkt dat de opgegeven algemene indruk wordt gestaafd met duidelijk beeldmateriaal; dit beeldmateriaal ontbreekt op meerdere punten zoals bijvoorbeeld een overzichtsfoto diagonaal genomen vanuit de positie linksvoor en de bandenmaat. Bovendien ondersteunt het aanwezige beeldmateriaal uit het taxatierapport de schadecalculatie in het taxatierapport niet. Op de foto’s is wel schade te zien, maar niet in zodanige omvang als gesteld in de schadecalculatie.
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Besluit van 27 september 2021, nr. 2021-110975, Staatscourant 2021, 43482) en het Kennisgroepstandpunt van 10 oktober 2022 (
Kennisgroepstandpunt van 10 oktober 2022, Toepassing artikel 6.5 Kaderbesluit bpm 2021, KG:013:2022:5).