Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Beoordeling in hoger beroep
AANGETEKEND PER E-MAIL” en dat Jumbo niet op die datum maar een dag later, dus pas op 25 april 2024, heeft geprobeerd deze brief per aangetekende mail te versturen, legt voor het hof geen gewicht in de schaal, zeker niet gelet op de datering van de bijlage. Hetzelfde geldt voor het argument van [werkneemster] dat zij de aangetekende e-mail op 26 april 2024 heeft doorgestuurd aan haar advocaat en dat daarvoor geen aanleiding zou bestaan als de e-mail van 24 april 2024 door haar zou zijn ontvangen. Het hof acht het niet opmerkelijk dat een partij alle door haar ontvangen berichten doorstuurt aan haar advocaat, ook als er reeds eerdere berichten met dezelfde strekking zijn ontvangen. Ook mist het argument dat noch [werkneemster] noch haar advocaat heeft gereageerd op de e-mail van 24 april 2024 betekenis. Jumbo heeft immers onweersproken gesteld dat op geen enkele e-mail van 24, 25 of 26 april 2024 is gereageerd anders dan door het indienen van het verzoekschrift.
kunnenkennisnemen van de inhoud van de aangetekende e-mail. Het betoog dat zij de e-mail zeer korte tijd na ontvangst van het afleverbewijs daadwerkelijk heeft opgevraagd en daarmee niet op oneigenlijke gronden de vervaltermijn heeft willen verlengen door de e-mail pas zeer laat of in het geheel niet in ontvangst te nemen, acht het hof te vaag. Ook ter zitting heeft [werkneemster], daarnaar gevraagd, hierover niet meer duidelijkheid kunnen verschaffen. Het komt er dus op neer dat het hof in het verweer van [werkneemster] niet een voldoende gemotiveerde betwisting van de stellingen van Jumbo leest.
.