Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 6 november 2025
[X] B.V. (thans) te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Schade
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 6 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) die aan belanghebbende was opgelegd. De naheffingsaanslag bedroeg € 2.736, maar belanghebbende heeft bezwaar gemaakt en de Rechtbank heeft de naheffingsaanslag verlaagd tot € 2.587. Belanghebbende heeft vervolgens hoger beroep ingesteld, waarbij de vraag centraal stond of er rekening gehouden moest worden met een grotere waardevermindering wegens schade aan de auto, en of de Rechtbank ten onrechte geen vergoeding voor immateriële schade heeft toegekend. Het Hof heeft vastgesteld dat de bewijslast voor de waardevermindering bij belanghebbende ligt, en dat zij niet voldoende bewijs heeft geleverd voor de gestelde schade. Het Hof heeft echter geoordeeld dat de Rechtbank ten onrechte geen vergoeding voor immateriële schade heeft toegekend, gezien de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, de naheffingsaanslag verlaagd, en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten aan belanghebbende.