Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 6 november 2025
[X] B.V. (thans) te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Schade
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende heeft aangifte bpm gedaan voor een Mercedes-Benz met een naheffingsaanslag van € 2.736. De Rechtbank had de naheffingsaanslag verlaagd tot € 2.587 maar geen vergoeding voor immateriële schade toegekend. In hoger beroep betwist belanghebbende dat de waardevermindering wegens schade onvoldoende is meegenomen en vordert vergoeding immateriële schade en hogere proceskostenvergoeding.
Het Hof oordeelt dat de Rechtbank terecht geen schade heeft aangenomen omdat het taxatierapport onvoldoende bewijs biedt en de foto’s geen schade tonen. Wel wordt bevestigd dat de historische nieuwprijs € 84.649 bedraagt, wat leidt tot een lagere naheffingsaanslag van € 2.587. De overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase leidt tot een vergoeding van € 500 immateriële schade.
Daarnaast erkent het Hof dat de kostenvergoeding in bezwaar te laag was vastgesteld en verhoogt deze. Het Hof kwalificeert de gemachtigde als een bijzonder geval in de zin van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen en past de Whpkv niet toe. Het Hof veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en wijst het hoger beroep toe.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de naheffingsaanslag bpm wordt verminderd, immateriële schadevergoeding en hogere proceskostenvergoeding worden toegekend.