ECLI:NL:GHDHA:2025:108
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en afwijzing vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende is eigenaar van een geschakelde woning uit 1929 met een oppervlakte van 82 m2. De Heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het jaar 2022 vast op €194.000, gebaseerd op een matrix met vergelijkingsobjecten die recentelijk zijn verkocht en voldoende vergelijkbaar zijn bevonden.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het Hof constateert dat de wijze van procederen van de gemachtigde van belanghebbende leidt tot onduidelijkheid over de omvang van het geding, waardoor bepaalde grieven buiten beschouwing worden gelaten. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Belanghebbende vordert tevens vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof oordeelt dat de termijn niet onredelijk is overschreden, mede door vertragingen veroorzaakt door belanghebbende en diens gemachtigde. Het verzoek om vergoeding wordt daarom afgewezen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; WOZ-waarde bevestigd en vergoeding immateriële schade afgewezen.