ECLI:NL:GHDHA:2024:2106
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding in hoger beroep tegen WOZ-waarde aanslag
Belanghebbende stelde beroep in tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake de vergoeding van proceskosten na bezwaar tegen een WOZ-waarde aanslag. De Rechtbank had de vergoeding vastgesteld op €418,50 met een wegingsfactor van 0,25, waarbij de vergoeding voor het taxatierapport was vastgesteld op €157,30.
Belanghebbende betwistte de toegepaste wegingsfactor en verwees naar een richtsnoer dat een hogere factor van 0,5 voorschrijft. Het Hof overwoog dat de rechtbank vrij is in haar waardering en dat de wegingsfactor per fase van de procedure moet worden bepaald, rekening houdend met het belang en de complexiteit van het geschil.
Het Hof concludeerde dat de Rechtbank de wegingsfactor op juiste wijze heeft toegepast gezien de beperkte omvang van het geschil in hoger beroep, dat zich beperkte tot de vergoeding van taxatiekosten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.