ECLI:NL:GHDHA:2024:1989
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente schriftelijke machtiging
De heffingsambtenaar stelde de waarde van een onroerende zaak vast en legde een aanslag onroerendezaakbelasting op. Belanghebbende maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Tegen deze uitspraak stelde [Y], namens belanghebbende, hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Het hof onderzocht ambtshalve de ontvankelijkheid van het hoger beroep, met name de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [Y]. Hoewel een schriftelijke machtiging uit 2022 was overgelegd, werd vanwege het tijdsverloop en het algemene karakter van de volmacht een recente machtiging verlangd. [Y] leverde deze niet aan, en de nadien overgelegde e-mailcorrespondentie bood onvoldoende steun voor een geldige machtiging voor het jaar 2022.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. De inhoudelijke beoordeling van de waarde en aanslag liet het hof daarom achterwege. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd op 10 oktober 2024 in het openbaar uitgesproken door rechter Kroon.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging.