ECLI:NL:GHDHA:2024:1587
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- L.D.M.A Reijs
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geen schending gelijkheidsbeginsel bij verhuurderheffing 2019-2020
Belanghebbende, enig-eigenaar van meer dan 50 huurwoningen, voerde in hoger beroep aan dat de verhuurderheffing over 2019 en 2020 in strijd was met het gelijkheidsbeginsel omdat mede-eigenaren anders werden behandeld dan enig-eigenaren.
De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard en het Gerechtshof bevestigt dit oordeel. Het Hof overweegt dat mede-eigenaren en enig-eigenaren niet feitelijk en rechtens gelijk zijn vanwege de toerekeningssystematiek van artikel 1:3 Wmw Pro, die alleen mede-eigenaren betreft. Het arrest van de Hoge Raad van 8 juni 2018 leidde tot een tijdelijke ongelijke behandeling, maar hiervoor is een objectieve en redelijke rechtvaardiging aanwezig.
Ten aanzien van de terugwerkende kracht van de reparatiewet voor 2020 oordeelt het Hof dat deze niet in strijd is met artikel 1 EP Pro en het rechtszekerheidsbeginsel. De reparatiewet beëindigt een fiscaal privilege dat mede-eigenaren hadden en is voldoende kenbaar gemaakt. Het Hof wijst ook het beroep op begunstigend beleid af en concludeert dat de Belastingdienst geen beleidsruimte had om anders te handelen.
De proceskostenveroordeling wordt afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De uitspraak is op 17 juli 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.