ECLI:NL:GHDHA:2024:1583
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging uithuisplaatsing en perspectiefbesluit minderjarige
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de moeder en vader tegen de beschikking van de rechtbank Den Haag van 14 februari 2024, waarin de machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige kind was verlengd. De uithuisplaatsing was noodzakelijk vanwege ernstige zorgen over de opvoedvaardigheden en het middelengebruik van de moeder, waarbij eerdere hulpverlening was afgebroken en geen passend alternatief beschikbaar was.
De ouders voerden aan dat de uithuisplaatsing niet langer gerechtvaardigd was en dat het perspectiefbesluit onjuist was, waarbij de vader stelde dat plaatsing bij hem onvoldoende was onderzocht. Het hof oordeelde dat het onderzoek zich richtte op plaatsing bij de moeder en dat de vader zich had afgezonderd van hulpverlening, waardoor plaatsing bij hem niet aan de orde was.
Het hof bevestigde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk was in het belang van de minderjarige en dat de ouders voldoende gelegenheid hadden gekregen om hun opvoedvaardigheden te verbeteren. Het perspectiefbesluit, dat het pleeggezin als toekomstperspectief benoemt, werd eveneens bekrachtigd vanwege het belang van continuïteit en stabiliteit in de ontwikkelingsfase van het kind.
Het hof benadrukte dat de gecertificeerde instelling duidelijkheid moet verschaffen over de praktische invulling van het perspectiefbesluit, aangezien terugkeer naar huis geen optie is. Het verzoek om aanvullende gegevensverstrekking op grond van de Jeugdwet werd afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
De bestreden beschikking van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd en de verzoeken van de ouders werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst de bezwaren van de ouders tegen het perspectiefbesluit af.