ECLI:NL:GHDHA:2024:1483
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling gericht op contactherstel tussen moeder en minderjarige
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de rechtbank Rotterdam inzake de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind. De moeder was in eerste aanleg als informant aangemerkt en niet als belanghebbende, hetgeen het hof vernietigde en haar alsnog als belanghebbende erkende. De ondertoezichtstelling was aanvankelijk voor zes maanden toegekend, terwijl de raad voor een jaar had verzocht.
De ondertoezichtstelling is gericht op het herstellen van het contact tussen de moeder en de minderjarige, die momenteel een negatief beeld van haar heeft. De hulpverlening is tijdelijk gestopt en diagnostiek staat gepland om de benodigde hulpverlening te bepalen. Het hof oordeelde dat ondanks de bezwaren van de raad, gecertificeerde instelling en vader, de ondertoezichtstelling noodzakelijk is vanwege de ernstige ontwikkelingsbedreiging van het kind.
Het hof verlengde de ondertoezichtstelling alsnog voor de duur van een jaar tot 22 januari 2025. De moeder wordt hiermee in voldoende mate betrokken bij het besluitvormingsproces, conform artikel 8 EVRM Pro, en de procedure voldoet aan de eisen van hoor en wederhoor. De beslissing is op 21 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot een jaar en de moeder wordt als belanghebbende erkend.