Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij in of omstreeks de periode van 26 maart 2020 tot en met 22 juni 2020 te Rotterdam en/of (elders) in Nederland en/of in Spanje,
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 12 juni 2020,
namens[contactnaam 1] bij de ontmoeting op het Malieveld geweest.
124 [1] Article 31 of Directive 2014 / 41 is thus intended not only to guarantee respect for the sovereignty of the notified Member State but also to ensure that the guaranteed level of protection in that Member State with regard to the interception of telecommunications is not undermined. Therefore, in so far as a measure for the interception of telecommunications amounts to an interference with the right to respect for the private life and communications - enshrined in Article 7 of the Charter - of the target of the interception (see, to that effect, judgment of 17 January 2019, Dzivev and Others, C-310/ 16, EU:C:2019:30, paragraph 36), it must be held that Article 31 of Directive 2014/41 is also intended to protect the rights of persons affected by such a measure, an objective which extends to the use of the data for the purposes of criminal prosecution in the notified Member State.'
125 In the light of all the above considerations, the answer to Question 4(c) is thatArticle 31 of Directive 2014 / 41 must be interpreted as being intended also to protect the rights of those users affected by a measure for the 'interception of telecommunications' within the meaning of that article.'
123 The use of the verb ‘may’ in that provision implies thatthe notified Member State has a discretion which comes under the assessment to be made by the competent authority of that State; the exercise of that discretion must be justified by the fact that such an interception would not be authorised in a similar domestic case.'
131 In the light of all the above considerations, the answer to Question 5 is that Article 14(7) of Directive 2014/41 must be interpreted as meaning that,in criminal proceedings against a person suspected of having committed criminal offences, national criminal courts are required to disregard information and evidence if that person is not in a position to comment effectively on that information and on that evidence and the said information and evidence are likely to have a preponderant influence on the findings of fact.
overdrachthad verzocht van de, door Frankrijk middels de interceptie tool reeds verkregen, Encrochat gegevens.
Het EOB omvat alle onderzoeksmaatregelen met uitzondering van het instellen van een gemeenschappelijk onderzoeksteam en de bewijsgaring in het kader van een dergelijk onderzoeksteam zoals voorzien in artikel 13 van Pro de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie („de overeenkomst”) en in Kaderbesluit 2002/465/JBZ van de Raad,(…).
gebruiken. De vragen zien dus niet op de wijze waarop de Franse autoriteiten de Encrochat gegevens hebben
verkregen. Aan het arrest van het Hof van Justitie zijn dus evenmin argumenten te ontlenen teneinde, zoals de verdediging blijkens de verzoeken voor ogen heeft, tot nader onderzoek over te (kunnen) gaan naar de wijze waarop de Encrochat door de Franse autoriteiten zijn
verkregen.
gebruikvan de verkregen Encrochat gegevens in strafrechtelijke procedures in de verzoekende staat moet kunnen aanvechten.
- zeker te stellen dat de strafrechtelijke onderzoeken waarin de data gebruikt zouden gaan worden voldeden aan de in artikel 126uba Sv gestelde eisen;
- te voorkomen dat Nederlandse opsporingsinstanties naar willekeur zouden kunnen gaan zoeken in de volledige Encrochat bak;
- zoveel mogelijk te voorkomen dat gegevens van personen die geen verdachte (in de zin van artikel 126uba) waren zouden worden verdeeld.
Het standpunt van de verdediging
De beoordeling
hij in
of omstreeksde periode van 26 maart 2020 tot en met 22 juni 2020 te Rotterdam en/of (elders) in Nederland en/of in Spanje,
een of meerander
(en
), althans alleen,meermalen,
althans eenmaal,
mweten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van één of meer hoeveelhe
(i)de
(en
)van één of meer middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
en/of te bevorderen,
/getracht te verschaffen,
heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader
(s
)(onder andere) meermalen,
althans eenmaal,een of meerdere (encryptische) (chat-)gesprekken gevoerd waarin wordt
(onder meer)gesproken over
ing(en
)van transport
(en
)van verdovende middelen van (in ieder geval) Costa Rica en/of andere landen in Zuid- of Midden-Amerika naar Rotterdam en/of Antwerpen en/of Bremerhaven; en
/of
/of
/of
/of
(het scannen van) containers en/of één of meerdere containernummer
(s
), met als bijlage een foto van containernummers en
/ofbill of lading; en
/of
/of
hij in
of omstreeksde periode van 1 april 2020 tot en met 12 juni 2020,
en/of Lathum (gemeente Zevenaar) en/of Delft en/of Delfgauw (gemeente Pijnacker-Nootdorp)en
/ofRotterdam en
/ofNieuwegein, althans (elders) in Nederland,
(een )ander
(en
), althans alleen,
althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen,
(s
), van een of meerdere voorwerp
(en
), te weten:
(en
) heeft verworven en/ofvoorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen
en/of heeft omgezet en/of van bovenomschreven voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,
/hethiervoor genoemde voorwerp
(en
)- onmiddellijk of middellijk -(deels) afkomstig
was/waren uit enig misdrijf.
medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken.
Ernst van de feiten
Justitiële documentatie
De op te leggen straf
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren en 9 (negen) maanden.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: