Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 23 mei 2023
[verzoekster] ,
Staat der Nederlanden(meer in het bijzonder het gerechtsbestuur van de rechtbank Noord-Holland),
De zaak in het kort
Het geding in hoger beroep
Feiten
“Formulier privacyverzoek”(hierna: het formulier) heeft [verzoekster] de Raad voor de Rechtspraak (hierna: de RvdR) verzocht om inzage in haar persoonsgegevens. In het formulier verzocht [verzoekster] de RvdR om een overzicht van persoonsgegevens die de rechtbank Noord-Holland van [verzoekster] heeft en die aan instanties zijn doorgegeven, afscherming van de persoonsgegevens, het tijdelijk stoppen met registreren van gegevens en het verzenden van nieuwsbrieven en correctie van de persoonsgegevens ten aanzien van de betermelding van 30 november 2020 naar 100%. Tevens heeft [verzoekster] bezwaar gemaakt tegen de verwerking van haar persoonsgegevens. De RvdR heeft de brief met het formulier doorgestuurd naar de rechtbank Noord-Holland.
. Ik heb hier verder niets aan toe te voegen.”
Procedure in eerste aanleg
Noord-Holland heeft verstuurd), in de periode van januari 2018 tot en met 31 maart 2021,
31 maart 2021, meer in het bijzonder alle correspondentie over de herstelmelding die de rechtbank Noord-Holland aan P-Direkt heeft verzonden in de periode van november 2020 tot en met 31 maart 2021,
Noord-Holland over [verzoekster] , en ook alle communicatie die aan onder andere de RvdR, het LDCR, e.d. over [verzoekster] is verzonden, en vice versa), in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 31 maart 2021,
[verzoekster] te betalen ter hoogte van € 4.677,-- bruto wegens tegen 70% in plaats van 100% uitbetaalde niet opgenomen vakantie-uren,
Verzoeken in het hoger beroep
Noord-Holland te veroordelen in de kosten van beide instanties.
De beoordeling van het hoger beroep
Adviesaanvraag en advies inzake de beëindiging van de arbeidsovereenkomst(verzoeken I sub e en 14)
Noord-Holland en zien specifiek op de afhandeling van het conflict tussen [verzoekster] en de rechtbank Noord-Holland. In dat proces moeten de rechtbank Noord-Holland en de RvdR ongestoord hun mening over en beoordeling van dit conflict kunnen geven en zij moeten ervan uit kunnen gaan dat deze informatie vertrouwelijk blijft. Het eventueel weglakken van bestuursrechtelijke overwegingen zoals [verzoekster] voorstelt, maakt dit niet anders, nu de adviesaanvraag en het advies als geheel zien op de afwikkeling van het dienstverband van [verzoekster] . Van het weglakken van gegevens die geen betrekking hebben op [verzoekster] zal in deze stukken dus (nagenoeg) geen sprake kunnen zijn.
“Guidelines on Restrictions”alleen kan als deze beperking noodzakelijk, proportioneel en tijdelijk is. Een inperking kan alleen uit de wet volgen. Bescherming van rechten en vrijheden van anderen is een wettelijke grond voor een beperking (art. 41 UAVG Pro) maar kan alleen onder voorwaarden worden ingeroepen. Het onderhandelingsbelang volgt niet uit de tekst van art. 41 lid 1 onder Pro i UAVG. Er is geen wettelijke grondslag voor dit onderhandelingsbelang. Verder is dit belang niet meer aan de orde omdat de onderhandelingen al zijn afgerond. Als er alternatieven zijn die minder ingrijpen, dient langs die weg inzage te worden verleend. Dat de rechtbank oordeelt dat het belang van de rechtbank Noord-Holland prevaleert is raadselachtig. Het belang van [verzoekster] prevaleert omdat haar positie in de rechterlijke macht door het arbeidsgeschil danig is verzwakt. Zij heeft dat moeten ondervinden en heeft er belang bij te weten wat er precies over haar is gezegd, aldus nog steeds [verzoekster] .
Noord-Holland en de RvdR.
“persoonsgegevens”zijn in de zin van art. 4 aanhef Pro en onderdeel 1 AVG. De waarderingen en/of beoordelingen van de in het arbeidsgeschil bestaande feiten en omstandigheden die deze stukken bevatten passen bij de ruime uitleg die de AVG beoogt te geven aan dat begrip [2] . [verzoekster] heeft om die reden in beginsel recht op inzage in deze stukken.
“de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen”. Onder
“anderen”dient ook de verwerkingsverantwoordelijke te worden verstaan.
rechtbank Noord-Holland in het arbeidsgeschil met [verzoekster] . De rechtbank heeft op grond van art. 6 lid 1 EVRM Pro echter het recht deze inzage te weigeren. Dit wordt als volgt toegelicht.
“equality of arms” [4] .
voorafal rekening mee te houden dat nadien bedoelde inzage moet worden gegeven, wat ook onevenredige afbreuk doet aan een ongestoorde gedachtewisseling.
De zoekslag (verzoek 1)
[verzoekster] toont aan dat de rechtbank Noord-Holland als verwerkingsverantwoordelijke voldoende inspanning heeft geleverd in het opsporen van de verwerkte persoonsgegevens van [verzoekster] om te voldoen aan haar inzageverzoek. [verzoekster] betwist niet dat deze wijze van zoekslag van de rechtbank Noord-Holland voldoende is, dan wel breed genoeg is.
Verwerkingsregister (verzoek 2)
rechtbank Noord-Holland niet verplicht tot het geven van inzage in het verwerkingsregister van de organisatie. Een verwerkingsregister bevat namelijk geen concrete persoonsgegevens. [verzoekster] kan slechts inzage verzoeken in haar betreffende persoonsgegevens en de informatie opgesomd in art. 15 lid 1 onderdelen Pro a t/m h AVG. De rechtbank Noord-Holland heeft hieraan voldaan. Ook het verzoek de verwijdering van persoonsgegevens aan te tonen is afgewezen.
art. 30 lid 1 sub c AVG Pro onder meer sprake van een beschrijving van categorieën van betrokkenen en van categorieën van persoonsgegevens en krachtens sub d van dat artikel ook van categorieën ontvangers aan wie persoonsgegevens zijn verstrekt. Daarmee kan het niet erg moeilijk zijn om [verzoekster] te identificeren. De rechtbank kan dus onmogelijk vaststellen dat er geen sprake is van persoonsgegevens in de zin van de AVG. De rechtbank Noord-Holland moet daarom inzage geven in het verwerkingsregister, aldus nog steeds [verzoekster] .
in het register zelfgeen individuele persoonsgegevens worden opgenomen, maar slechts een beschrijving van (onder meer) de categorieën van betrokkenen en de categorieën van persoonsgegevens in het kader van verwerkingsactiviteiten. Deze informatie heeft de rechtbank Noord-Holland echter reeds verstrekt in bijlage A en B bij de brief van 29 juni 2021, zodat [verzoekster] reeds op deze manier zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren. In hoeverre [verzoekster] dan nog belang heeft bij de inzage in het verwerkingsregister heeft zij niet gesteld. Dit verzoek moet dan ook worden afgewezen.
Tekst op vacaturesite (verzoek 3)
6 juni 2019, maar acht het voldoende aannemelijk dat vervolgens in plaats van een tekst een alert is ingesteld voor het ontvangen van vacatures.
Communicatie en delen gegevens (verzoeken I onder f, verzoeken 4 t/m 7, 9 t/m 11)
“detacheringsdossier”– wat daar ook onder moet worden verstaan – is gemaakt. [verzoekster] heeft op dit punt in het licht van de betwisting door de rechtbank Noord-Holland van de aanwezigheid van zo’n dossier onvoldoende aangevoerd.
Fishing Expeditionte ondernemen naar mogelijk bestaande stukken.
Correspondentie met RvdR en LDCR (verzoek 8)
Fishing Expeditionte ondernemen naar mogelijk bestaande stukken. Deze klacht van [verzoekster] kan dan ook niet slagen.
Gegevens Sociaal Medisch Overleg (verzoek 13)
art. 4 lid 1 AVG Pro, zodat art. 15 AVG Pro de rechtbank Noord-Holland niet verplichtte om inzage van deze stukken aan [verzoekster] te geven.
Correspondentie en interne communicatie over [verzoekster] (verzoeken I onder a, b,c en d)
Schadevergoeding (verzoeken II en III)
Noord-Holland volgens [verzoekster] niet voldaan aan haar plicht als verwerkingsverantwoordelijke om, ingevolge art. 12 lid 2 AVG Pro, het inzagerecht te faciliteren door het instellen van passende, technische en organisatorische maatregelen en zo de rechten van betrokkenen te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verwerking in overeenstemming is uitgevoerd met deze verordening (art. 24 lid 1 AVG Pro). Een en ander heeft ertoe geleid dat [verzoekster] een procedure moest beginnen om de controle over haar persoonsgegevens terug te krijgen. Pas tijdens de procedure heeft de rechtbank Noord-Holland meer stukken verschaft, die dus wel bestonden. Omdat deze zoektocht naar de verwerking van haar persoonsgegevens onnodig, inefficiënt, stressvol en niet in overeenstemming met de AVG is, vindt [verzoekster] dat de rechtbank Noord-Holland inbreuk op de AVG heeft gemaakt. Op grond daarvan verzoekt zij vergoeding van materiele en immateriële schade die zij ten gevolge van deze inbreuk heeft geleden.
Beslissing
- bekrachtigt de door de rechtbank Rotterdam, Team handel en haven tussen partijen gegeven beschikking van 13 april 2022;
- wijst de verzoeken van [verzoekster] af;
- veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de rechtbank Noord-Holland (de Staat) tot op heden begroot op € 783,-- aan griffierecht en € 2.366,-- (2 punten, tarief II) aan salaris advocaat.
23 mei 2023 in aanwezigheid van de griffier.